Project Carole / Job7 / hulpje in het rusthuis

Teuta vliegt over en weer en wij hollen er achter. “Ik werk hier al 5 jaar en ik doe dat heel graag. Ik kom elke dag overal en ik ken alle bijna 120 bewoners.”.”Moe?”. “Nee”, lacht ze. “Ik ben nooit moe”. ” En dat komt omdat ik werk erg graag”. En ik geloof dat dus ook nog he. Ook al staat ze geen moment stil en is het Nederlands nog niet a point, ze werkt echt graag. Alleen denk ik dat het ook wel pijn moet doen dat ze niet als verplegende aan de slag mag want in Kosovo heeft ze dat diploma op zak. Hier wordt dat niet aanvaard dus is ze manusje-van-alles.

Job 7, een dagje werken in het rusthuis Heilig Hart van Nijlen. Werken in een rusthuis, ik denk zo niet meteen een job die hoog scoort in de top 10 van populaire jobs dus tijd dat wij dat even testen. Of Carole dan toch al. De inkomhal is in ieder geval helemaal op haar afgestemd: we botsen meteen op een ‘labo’-brievenbus (n.v.d.r. het eigen label waaronder Carole opereert). Toeval bestaat niet, toch?!

Teuta wordt dus onze gids vandaag. Ze vliegt er meteen in een troont Carole mee om met de kledingrekken door de gangen van het rusthuis te racen. Geregeld wordt er gestopt en lopen Carole en Teuta een kamer binnen. Elk kledingstuk draagt een labeltje zodat alle jurken, hemden, sokken en broeken bij de juiste persoon terecht komen. Carole haar wenkbrauwen schieten regelmatig naar boven. Sommige kamers zijn prachtig nostalgisch ingericht, met heerlijk naar vroeger ruikende schilderijtjes en zwart-wit foto’s in krullerige kadertjes. Maar andere kamers hebben weinig tot geen inkleding en zijn zeer neutraal gebleven. “Zo droevig onpersoonlijk, daar zou ik depri van worden” fluistert ze. Ik denk dat Carole haar handen jeuken om die kamers onder handen te nemen. Als interieusstyliste ziet ze denk ik heel wat mogelijkheden. De bewoners die nog in hun kamer aanwezig zijn, doen veelal niets. Een enkeling kijkt televisie, iemand anders buigt zich over een boekje. De rest zit gewoon te zitten en doet niets…Een vreemde gewaarwording. Ik denk dat zowel Carole als ik nooit ‘niets doen’. Zouden wij hier op een dag ooit ook zo zitten? Carole in haar gepimpte rusthuiskamer, met een outfit die afgestemd is op het behangpapier, een krullerig oma-kapsel en rood gestifte lippen en ik waarschijnlijk in grote chaos, met twee verschillende sokken en voor de rest nog in mijn pyjama. Allebei zittend in onze zetel, correctie: Carole in haar Chaise Longue en ik in mijn gezellige bommastoel en wat doen we: allebei niets. Ik kan het me nu moeilijk voorstellen. Als Carole de kamer in komt van een dame die bezig is met een kruiswoordraadsel, vraagt die laatste om advies. “’t Zijn acht letters, passage”. Lachend komt Carole terug buiten: “Ik weet het antwoord dus niet he”. Om Teuta bij te houden moet je dus wel erbij blijven. Ze zoeft met een gezapig tempo door de gangen. Overal een vriendelijk woordje maar toch alert voor de tijd. Na x-aantal rekken, beginnen ze aan de strijk en het plooien van de was. Alles op dezelfde manier. Carole strijkt even maar wordt daarna aan het plooien van de onderbroeken gezet. In alle maten passeren ze, maar wel steeds met een labeltje. De labeltjes die me daarnet nog redelijk kinderlijk leken, vind ik opeens toch wel handig. Want ik zou het denk ik ook niet leuk vinden om, in een verre toekomst, mijn onderbroeken te moeten delen met Carole, er zijn grenzen.

Na het strijken, geeft Teuta ons door aan een van haar collega’s. Chinwe maakt deel uit van de poetsploeg en neemt Carole mee op sleeptouw om kamers te poetsen. Alhoewel op sleeptouw… ze lacht non-stop maar laat Carole meteen stevig werken. Kamers moeten gepoetst worden en de klok tikt. Ze kijkt streng toe dat Carole de juiste doekjes en producten gebruikt en geen hoekje vergeet. Kamer na kamer wordt aangepakt, Chinwe blijft stralen. Carole zweet: “Wat een tempo zeg…”. Hier en daar blijft Carole eventjes staan om een kort babbeltje te doen met de bewoners. Chinwe blijft er rustig onder maar spoort toch ook aan om verder te doen. “Doet ze het goed?”. Chinwe lacht, zoals steeds.  “ja”. “Loop je nu achter op je schema?”. “Ja” En opnieuw, ze… “Het moet echt veel sneller…We rekenen in minuten om een kamer af te ronden”. Hoeveel minuten wil ze niet precies zeggen maar Carole is dus te traag. Chinwe moet wat tijd inhalen dus worden we weer bij Teuta gezet. Die leidt ons naar de gesloten afdeling, de afdeling van dementerende mensen. Carole mag helpen bij het eten geven. Het is heftig. Heftig om te zien hoe mensen hun geest wegwaait, ze zichzelf verliezen, ze non-stop hetzelfde zeggen en roepen, roepen om aandacht en roepen om hulp. En zelfs niet meer weten waarom ze roepen. Het is niet mooi om te zien als het het zelfstandig eten niet meer lukt. Als een vork een mes is of toch een lepel? Morgen en vandaag en gisteren even troebel lijken als de soep of is het een banaan? En toch is er ook daar vrolijkheid. Soms een korte flikkering. Bij het zien van mijn fototoestel, worden paar dames erg vrolijk. En wuiven ze. Klik. De tijd staat even stil.

Na deze tussenstop moeten we met Teuta het eten gaan ronddelen bij de serviceflats. Mensen die hier verblijven kunnen ervoor kiezen om eten van het rusthuis te laten komen zodat ze niet zelf moeten koken. Dus rennen we weer achter Teuta aan…het lijkt wel een rode draad, dat tempo. Dat personeel: laten we kort zijn, daar hebben we een mateloze bewondering voor. De Teuta’s, Chinwe’s, Stephanie’s, Sofie’s…chapeau. Zorgen voor mensen is zwaar. Dit is een zware job. Fysiek én mentaal. Want mensen blijven mensen. Hoe erg ze ook verdwaald zijn. Zorg is kostbaar en is een grote uitdaging naar de toekomst toe. Want hoe gaan we dit betalen en wie wil en kan zich inzetten met tomeloze energie voor onze memoe’s en veva’s, bomma’s en bompa’s, oma’s en opa’s, opi’s en oma’s…en misschien voor Carole en mezelf op een dag? Wie gaat ons verzorgen, eten geven, onze kamers poetsen, een babbeltje met ons doen, labeltjes in onze onderbroeken naaien…Hier in Nijlen lopen écht gouden mensen rond, wij hebben ze gezien, maar er zijn er meer nodig…Op korte en lange termijn, veel meer… Maar lang kunnen we hier niet bij stilstaan want Teuta roept. We hebben vleesjus te weinig dus moeten we naar de keuken. Dus rennen we weer achter haar aan…

 

Met dank aan H. Hart Nijlen http://www.rusthuizen-zusters-berlaar.be/heilighart_nijlen/intro.php

Carole en haar labo kan je vinden op: https://tlabo.be

Facebook Comments

Leave a Comment

  • (will not be published)